HOME

FOKREGLEMENT

 

De Vereniging van Herders- en Berghonden, de rasvereniging, waarbij de Berghond van de Maremmen is aangesloten heeft voor alle aangesloten rassen een fokreglement opgesteld. 
Samengevat:
beide ouderdieren moeten op H(eup)D(isplasie) geröntgend zijn,

het is zeer aan te bevelen beide ouders ook op elleboogdisplasie te röntgenen

beide ouderdieren moeten op een leeftijd na 15 maanden minimaal 1 x een Z(eer) G(oed) op een show hebben behaald, waarbij tegenover een ZG van het ene ouderdier in ieder geval een U(itmuntend) van de ander moet staan.

een teef moet minstens 24 maanden oud zijn bij haar eerste dekking

tussen de geboortes van 2 nesten van dezelfde teef dient minstens 12 maanden te zitten

een teef mag bij de dekking van haar eerste nest maximaal 5 jaar zijn

een teef mag bij de dekking van haar laatste nest maximaal 8 jaar zijn

een teef mag maximaal 4 nesten krijgen.

 

Het volledige fokreglement vindt u hieronder: (c) www.vhbinfo.com

Rasspecifiek Fokreglement geldend voor alle rassen aangesloten bij de VHB

1.      ALGEMEEN

1.1.   Het Rasspecifiek Fokreglement voor de rassen aangesloten bij de VHB beoogt bij te dragen aan de behartiging van de belangen van deze rassen zoals deze zijn verwoord in de statuten en het huishoudelijk reglement van de Vereniging van Herders- en Berghonden uit Zuid- en Oost-Europa en Azië. Dit rasspecifiek fokreglement is goedgekeurd door de algemene ledenvergadering van de VHB op 8 maart 2009. Inhoudelijke aanpassingen van dit rasspecifiek fokreglement kunnen uitsluitend plaatsvinden met instemming van de algemene ledenvergadering van de VHB.

1.2.   Dit Rasspecifiek Fokreglement geldt voor alle fokkers van de VHB.

1.3.   De definities en regelgeving zoals deze zijn vastgesteld in het Kynologisch Reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland zijn ook van toepassing op dit Rasspecifiek Fokreglement.

1.4.   Uiterlijk twee maanden voor de verwachte loopsheid van de teef moet een aanvraag voor een dekking ingediend worden door de eigenaar van de teef bij het bestuur van de vereniging. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een kopie van de stambomen, HD-uitslagen, tentoonstellingsuitslagen of aankeuringsrapporten en eventuele oogonderzoeksuitslagen van de ouderdieren.

1.5.   Voor de Pupinformatiedienst komen slechts leden in aanmerking die minimaal een jaar lid zijn van de VHB.

1.6.   De fokker verplicht zich door het bestuur gevraagde informatie over de ouderdieren en het nest naar waarheid te verstrekken.

1.7.   De eigenaar van de teef dient het bestuur binnen een week op de hoogte te brengen van een geboren nest met opgave van geboortedatum en het aantal geboren reuen en teven. De fokkersbijdrage per nest wordt jaarlijks tijdens de Algemene Ledenvergadering vastgesteld. Zodra de laatste pup verkocht is, meldt de fokker dit aan het bestuur

1.8.   Dit reglement is in gelijke mate van toepassing voor dekreu-eigenaren, ook indien deze reu een teef dekt van een eigenaar die geen lid is of in het buitenland woonachtig is.

2.      FOKREGELS

2.1.   Verwantschap: het verdient de voorkeur dat beide ouderdieren niet met elkaar in relatie staan als:
ouder-kind
(half)broer-(half)-zus

2.2.   Herhaalcombinaties: het verdient de voorkeur de combinatie van dezelfde reu en teef (dezelfde oudercombinatie) maximaal twee keer toe te passen.

2.3.   Minimum leeftijd reu: de minimale leeftijd van de reu op de dag van de dekking wordt niet nader bepaald, anders dan dit voorvloeit uit de minimale leeftijd voor gezondheidsonderzoeken en/of showuitslagen.

2.4.   Aantal dekkingen: er wordt geen maximum gesteld aan het aantal nesten dat een reu per kalenderjaar of in totaal gedurende zijn leven mag voortbrengen.

2.5.   Cryptorchide en monorchide: cryptorchide of monorchide reuen zijn uitgesloten van de fokkerij.

2.6.   Gebruik buitenlandse dekreuen: wanneer een Nederlandse fokker voor een dekking een dekreu gebruikt die in het stamboek van een buitenlands door de FCI erkend stamboek is ingeschreven, dan moet deze dekreu voldoen aan de eisen die voor dekreuen in dat betreffende land gelden. De controle of de dekreu aan de eisen van dit fokreglement voldoet is een verantwoordelijkheid van de fokker.

2.7.   Kunstmatige inseminatie (sperma van levende dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in het nhsb ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in het nhsb ingeschreven dekreu betreft.
EN

Kunstmatige inseminatie (sperma van levende buitenlandse dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven nog in leven zijnde dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven dekreu betreft.

2.8 Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in het nhsb ingeschreven overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in het nhsb ingeschreven dekreu betreft.
EN/OF

Kunstmatige inseminatie (sperma van overleden buitenlandse dekreuen): als een fokker voor een dekking het sperma gebruikt van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven overleden dekreu, dan gelden voor deze dekking de regels van dit fokreglement alsof het een natuurlijke dekking van een in een door de FCI erkend buitenlands stamboek ingeschreven dekreu betreft.

 

2.9 Merle: de ouderdieren mogen niet beide de kleur merle hebben.

3.      WELZIJNSREGELS

3.1.   Minimum leeftijd teef: de teef mag op het tijdstip van de dekking niet jonger zijn dan 18 maanden voor rassen uit groep C (kleine rassen)  en 24 maanden voor rassen in groep B (grote rassen).

3.2.   Maximum leeftijd teef: voor alle rassen van groep A geldt dat de teef niet mag worden gedekt na de dag waarop zij 96 maanden oud wordt.

3.3.   Maximum leeftijd 1e dekking teef: voor alle rassen van groep A geldt, dat de teef bij de dekking voor het eerste nest niet ouder mag zijn dan 60 maanden.

3.4.   Periodiciteit nesten: voor alle rassen uit groep A geldt, dat tussen de geboorte van twee opeenvolgende nesten van dezelfde teef minimaal een termijn van 12 maanden dient te zitten

3.5.   Aantal nesten: voor alle rassen uit groep A geldt dat een teef gedurende haar leven maximaal 4 nesten mag krijgen.

4.      GEZONDHEIDSREGELS

4.1.   Gezondheidsonderzoek ouderdieren: gezondheidsonderzoeken van ouderdieren moeten plaatsvinden door deskundigen aangewezen door de Raad van Beheer conform de door de Raad van Beheer voor deze onderzoeken opstelde en/of goedgekeurde onderzoeksprotocollen.

4.2.   Herbeoordeling en/of heroverweging: als de eigenaar zich niet kan verenigen met de uitslag van een verricht onderzoek, kan deze conform het door de Raad van Beheer vastgestelde algemeen onderzoeksreglement en het betreffende onderzoeksprotocol om herbeoordeling en/of heroverweging van de uitslag vragen. Totdat de uitslag van de herbeoordeling en/of heroverweging bekend is, blijft de oorspronkelijke uitslag van het onderzoek waarvoor herbeoordeling en/of heroverweging is gevraagd geldend.

4.3.   Verplichte onderzoeken:

4.3.1.     Heupdysplasie: Van de rassen genoemd in groep A dienen beide ouderdieren conform het onderzoeksprotocol onderzocht te worden op heupdysplasie, conform de leeftijdseisen gesteld door de FCI.
De volgende combinaties t.a. v. HD zijn toegestaan:
A  x  A ; A  x  B;            A  x  C;           B  x  B;            B  x  C
Andere combinaties zijn niet toegestaan; met HD D en E mag niet gefokt worden.

4.3.2.     Oogonderzoek: Van de rassen genoemd in groep D dienen beide ouderdieren een algeheel oogonderzoek te ondergaan, alvorens ze voor de fokkerij mogen worden ingezet.

4.3.2.1.PRA: Van de rassen genoemd in groep D dienen beide ouderdieren op PRA gecontroleerd te worden. Van beide ouderdieren moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat ze geen lijder of drager zijn. Het onderzoek naar PRA moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 1 jaar voorafgaand aan de dekking. Met lijders aan PRA mag niet gefokt worden; een combinatie van ouderdieren, waaruit lijders zijn voortgekomen, mag niet herhaald worden.

4.3.2.2.Cataract: Van de rassen genoemd in groep D dienen moet door onderzoek conform het onderzoeksprotocol zijn bewezen dat beide ouderdieren geen lijder of drager zijn. Het onderzoek naar cataract moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 1 jaar voorafgaand aan de dekking. . Met lijders aan cataract mag niet gefokt worden; een combinatie van ouderdieren, waaruit lijders zijn voortgekomen, mag niet herhaald worden.

4.3.2.3.Distichiasis: Van de rassen genoemd in groep D en van de Kraski Ovcar dienen beide ouderdieren conform het onderzoeksprotocol onderzocht te worden op distichiasis. Het onderzoek naar distichiasis moet hebben plaatsgevonden binnen een periode van 1 jaar voorafgaand aan de dekking. Eén van de ouderdieren dient vrij te zijn.

4.4.   Aanbevolen onderzoeken

4.4.1.     Elleboogdysplasie: Het verdient aanbeveling beide ouderdieren conform het onderzoeksprotocol te onderzoeken op elleboogdysplasie.  

4.4.2.   Patella Luxatie: Van de rassen genoemd in groep C verdient het aanbeveling beide ouderdieren conform het onderzoeksprotocol te onderzoeken op patella luxatie

5.      GEDRAGSREGELS

5.1.   Karaktereisen: beide ouderdieren moeten voldoen aan de karaktereisen zoals die in de rasstandaard zijn beschreven, of wanneer de rasstandaard geen (actuele) beschrijving van het karakter bevat, zoals redelijkerwijs van het betreffende ras mag worden verwacht. Met dieren die lijden aan agressiviteit, angst of nervositeit mag niet worden gefokt.

5.2.   Gedragstest: gedragstesten moeten plaatsvinden onder auspiciën en/of met toestemming van de Commissie Gedrag van de Raad van Beheer conform de voor deze testen opgestelde protocollen.

5.3.   Verplichte gedragstest: geen

6.      EXTERIEURREGELS

6.1.   Kwalificatie: beide ouderdieren moeten minimaal één keer hebben deelgenomen aan een door de Raad van Beheer en/of FCI gereglementeerde expositie, een door de rasvereniging georganiseerde kampioenschapsclubmatch, een fokgeschiktheidskeuring of aankeuring  (alleen voor de Anatolische Herdershond) georganiseerd door de rasvereniging en daar de kwalificatie Zeer Goed of Uitmuntend hebben behaald na de leeftijd van 15 maanden. Indien één van beide ouderdieren de kwalificatie Zeer Goed heeft behaald, dient het andere ouderdier de kwalificatie Uitmuntend behaald te hebben.

7.      REGELS AFGIFTE PUPS

7.1.   Ontwormen en enten: de fokker draagt zorg voor het deugdelijk ontwormen en inenten van de pups volgens gangbare veterinaire inzichten en voor een volledig door de dierenarts ingevuld en ondertekend Europees Dierenpaspoort.

7.2.   Aflevering pups: de pups mogen niet eerder worden afgeleverd dan op de leeftijd van 8 weken weken.

7.3.   Oogcontrole pups: pups van rassen uit groep D dienen op een leeftijd van 7 weken gecontroleerd te worden op erfelijke oogafwijkingen.

7.4.   Pups met gebreken of rastypische fouten mogen niet worden verkocht zonder dat de nieuwe eigenaar op de hoogte is gebracht van die gebreken of fouten en de eventuele consequenties daarvan.

7.5.   De fokker verplicht zich de pups zo optimaal mogelijk te socialiseren en nieuwe eigenaren met raad en daad bij te staan.

7.6.   De fokker verplicht zich de officiële stamboom aan de pupeigenaren te overhandigen of te zenden.

8.      SANCTIEBEPALINGEN

8.1.   Elke afwijking van bovenstaand reglement wordt bestraft naar de mate van de ernst van de overtreding. De sanctie kan variëren van een officiële waarschuwing tot ontzetting uit de vereniging, waarbij een overtreding van gezondheids- en/of welzijnseisen van zwaarwegende aard zijn.

9.      INGANGSDATUM

9.1.   Dit reglement gaat in op 8 maart 2009; alle dekaanvragen  die na deze datum plaatsvinden, moeten voldoen aan de eisen gesteld in dit fokreglement.

Bijlagen
Rassenlijst A, alle rassen aangesloten bij de VHB:
Anatolische Herdershond, Bergamasco, Berghond van de Maremmen, Centraal-Aziatische Ovcharka, Hrvatski Ovcar, Kaukasische Ovcharka, Komondor, Kraski Ovcar, Mudi, Puli, Pumi, Sarplaninac, Slovensky Cuvac, Zuid-Russische Ovcharka. 

Rassenlijst B:  'grote' rassen:
Anatolische Herdershond, Bergamasco, Berghond van de Maremmen, Centraal-Aziatische Ovcharka, Kaukasische Ovcharka, Komondor, Kraski Ovcar, Sarplaninac, Slovensky Cuvac 

Rassenlijst C: 'kleine' rassen 
Hrvatski Ovcar, Mudi, Puli, Pumi 

Rassenlijst D: rassen met mogelijke oogproblemen:
Komondor, Puli