terug

HOME

Meten is weten
of hoe moet de ideale Maremma eruit zien

 

 

Verhoudingen

In een rasstandaard staat beschreven hoe een hond van dat betreffende ras eruit moet zien. Wie de rasstandaard van de Maremma bekijkt, vindt daarin zeer gedetailleerd aangegeven hoe de verschillende maten en verhoudingen ten opzichte van elkaar zijn.

De eerste en belangrijkste maateenheid is de schofthoogte. Voor een Maremma is dat 60-68 cm (teef) en 65 -73 cm. (reu). De schofthoogte wordt gemeten op een rechte ondergrond, aan de zijkant van de hond ter hoogte van het voorbeen, vanaf de grond tot het hoogste punt van het schouderblad. De schofthoogte is de belangrijkste basis, aan de hand waarvan andere belangrijke maten worden afgeleid. Zo staan in de rasstandaard heel veel verhoudingen genoemd.

 

De belangrijkste verhoudingen volgens de rasstandaard zijn:

1

de lengte van het hoofd

= 4/10 van de schofthoogte

2

de lengte van de romp

= de schofthoogte + 1/18 van de schofthoogte

3

de borstdiepte

= iets minder dan 50 % van de schofthoogte
(b.v
. voor een hond met een schofthoogte van 68 cm is de diepte ongeveer 32 cm = 47.2% van de schofthoogte)

4

de lengte van de snuit

= 9/10 van de lengte van de schedel

Overige verhoudingen die genoemd worden:

5.

de hoogte van de snuit  

= 50% van de snuitlengte

6.

de lengte van de hals

= maximaal 8/10 van de lengte van het hoofd

7.

de lengte van de rug

= ongeveer 32% van de schofthoogte

8.

de lengte van de lendenen

= 1/5 van de schofthoogte

9.

de breedte van de lendenen

= ongeveer gelijk aan de lengte van de lendenen

10.

de borstomvang

= schofthoogte+ 1/4 schofthoogte

11.

de maximale borstbreedte

= minstens 32% van de schofthoogte

12.

de lengte van de schouder

= ¼ van de schofthoogte

13.

de opperarm

= ongeveer 30% van de schofthoogte

14.

de lengte van de voorarm

= 2/3 van de schofthoogte

15.

de lengte van het voorbeen tot elleboog

= 52,8% van de schofthoogte

16.

de lengte van het middenhandsbeen

= minstens 1/16 van het voorbeen (gemeten vanaf de grond tot de elleboog)

17.

de breedte van het dijbeen

= ¾ van de lengte van het dijbeen

18.

de lengte van de onderdij 

= 32% van de schofthoogte

19

de lengte van het middenvoetsbeen

= 30,9% van de schofthoogte


De schofthoogte wordt in zeer veel gevallen als uitgangspunt genomen voor het bepalen van de ideale maten voor de andere ledematen. Er staat zelfs tot op tienden van procenten genoemd, wat de lengte van bepaalde ledematen zou moeten zijn! Met de schofthoogte in de hand valt dus makkelijk te berekenen hoe de overige maten zouden moeten zijn. Dit staat in onderstaande tabel weergegeven.

 

  T   E   V   E   N          
  R   E   U   E   N
schofthoogte 60 61 62 63 64 65 66 67 68 69 70 71 72 73
1. lengte vh hoofd 24,0 24,4 24,8 25,2 25,6 26,0 26,4 26,8 27,2 27,6 28,0 28,4 28,8 29,2
2. lengte vd romp 63,3 64,4 65,4 66,5 67,6 68,6 69,7 70,7 71,8 72,8 73,9 74,9 76,0 77,1
3. borstdiepte 28,3 28,8 29,3 29,7 30,2 30,7 31,2 31,6 32,1 32,6 33,0 33,5 34,0 34,5
6. lengte vd hals 19,2 19,5 19,8 20,2 20,5 20,8 21,1 21,4 21,8 22,1 22,4 22,7 23,0 23,4
7. lengte vd rug 19,2 19,5 19,8 20,2 20,5 20,8 21,1 21,4 21,8 22,1 22,4 22,7 23,0 23,4
8/9. breedte cq lengte vd lendenen 12,0 12,2 12,4 12,6 12,8 13,0 13,2 13,4 13,6 13,8 14,0 14,2 14,4 14,6
10. borstomvang 75,0 76,3 77,5 78,8 80,0 81,3 82,5 83,8 85,0 86,3 87,5 88,8 90,0 91,3
11. max. borstbreedte 19,2 19,5 19,8 20,2 20,5 20,8 21,1 21,4 21,8 22,1 22,4 22,7 23,0 23,4
12. lengte vd schouder 15,0 15,3 15,5 15,8 16,0 16,3 16,5 16,8 17,0 17,3 17,5 17,8 18,0 18,3
13. opperarm 18,0 18,3 18,6 18,9 19,2 19,5 19,8 20,1 20,4 20,7 21,0 21,3 21,6 21,9
14. lengte voorarm 40,0 40,7 41,3 42,0 42,7 43,3 44,0 44,7 45,3 46,0 46,7 47,3 48,0 48,7
15. lengte voorbeen-elleboog 31,7 32,2 32,7 33,3 33,8 34,3 34,8 35,4 35,9 36,4 37,0 37,5 38,0 38,5
18. onderdij 19,2 19,5 19,8 20,2 20,5 20,8 21,1 21,4 21,8 22,1 22,4 22,7 23,0 23,4
19. middenvoetsbeen 18,5 18,8 19,2 19,5 19,8 20,1 20,4 20,7 21,0 21,3 21,6 21,9 22,2 22,6
                             

 

Indices(1)
Een Maremma moet mesomorf zijn. Letterlijk betekent mesomorf een goed in het midden ontwikkelde vorm(2).

Voor de bouw van een hond kunnen een aantal indexcijfers bepaald worden.

De lengte van het lichaam in vergelijking met de omvang van de borst is zo’n index:

Lichaamsindex: lengte van de romp x 100 / borstomvang. Conform de rasstandaard is de uitkomst voor een Maremma 84, 4. Als dit getal tussen 60 - 70 ligt spreekt men van brachomorf (dat wil zeggen een korte, gedrongen lichaamsbouw), tussen 71 - 84 = mesomorf,  tussen 85  - 100 = dolicomorf  (langgerekte lichaamsbouw).

Een ander indexcijfer berekent de borstindex: borstbreedte x 100 / borstdiepte. Een Maremma scoort volgens de standaard 67,8. Een uitkomst in de buurt van de 100 betekent dat de hond een extreem brachomorfe bouw heeft. Tussen de 60 en de 90 is mesomorf en 50 is extreem dolicomorf.

 

lichaamsindex

borstindex

romplengte x 100 / borstomvang =
schoft + 1/18 schoft / schoft+ 25% schoft
borstbreedte x 100 / borstdiepte =
32% schoft / 50% schoft
brachomorf (gedrongen) 60-70 100
mesomorf (midden) 71-84 60-90
dolicomorf (langgerekt) 85-100 50
Maremma 84,4 67,8

 

Dit betekent dus, dat als we de indexcijfers voor een Maremma bekijken, deze getallen aantonen, dat een Maremma wat betreft lichaamsindex op de grens zit tussen mesomorf en dolicomorf en qua borstindex een type mesomorf in de buurt van dolicomorf is.

Bij de algemene beschrijving in de rasstandaard staat ook aangegeven, dat een Maremma een “mesomorf  pesante” (= zwaar) is. Dit zou betekenen dat een Maremma qua lichaamsindex eerder de ondergrens zou mogen benaderen (71) en qua borstindex richting de 90 zou mogen scoren. Eveneens volgens de standaard moet de borst ruim en goed convex (=bol) zijn en moet de borstomvang goed ontwikkeld zijn. Het in de standaard omschreven algemene beeld dat een Maremma moet geven en de uitwerking van met name de borst zijn dus met elkaar in tegenspraak. Immers om het beeld van een zware mesomorf gebouwde hond te bereiken zou de dwarsdoorsnede van de borst meer dan 32% van de schofthoogte moeten bedragen en de borstomvang zou meer dan 125% van de schofthoogte moeten zijn; de verhoudingen zoals ze nu genoemd worden in de standaard beschrijven een mesomorf gebouwde hond die neigt naar het langgerekte (zoals bijvoorbeeld een Duitse herder). Dit komt, omdat in de huidige standaard niet duidelijk genoeg staat aangegeven hoe de borst gevormd moet zijn en dit vormt een ernstige tekortkoming, aangezien de borst een belangrijk onderdeel vormt om tot inzicht in de bouw van de hond te komen. In ieder geval is het zo, dat de borst van voren gezien goed breed moet zijn, zodanig dat de voorpoten goed uit elkaar staan, zoals bij een stevige, goed gebouwde hond verwacht mag worden. Van opzij gezien moet de borst voldoende convex lijken.

 

1.        Zie: Canis Pastoralis, Notiziario del Circolo Maremmano-Abruzzese, nr. 3/2000, blz.13-16: “Note sulla morfologia, sulla tipicità e sul carattere del P.M.A.”

2.       Volgens van Dale, Goot woordenboek der Nederlandse taal betekent ‘mesomorf’: “[gevormd uit het Griekse ‘mesos’ (zich in het midden bevindend) + ‘morphè’ (vorm)] 1. gekenmerkt door mesomorfie (= lichaams- of constitutietype uit de typologie van Sheldon, dat wordt gekenmerkt door een goed, uit het mesoderm (= letterlijk: middenhuid , derde kiemblad van een embryo) ontwikkeld skelet en spieren.”

 

 

© 2001-2010 Niets van deze pagina mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt op welke wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van de auteur. Als u materiaal of foto's van deze pagina wenst te gebruiken, dient u vooraf toestemming te vragen. Stuur een mail aan info@maremma.nl