Home | Sitemap | Contact | | |
Berghond van de Maremmen / Maremmano Abruzzese

Gezondheid

Van de Maremma wordt gezegd, dat het een gezond ras is. Of dit daadwerkelijk zo is, is moeilijk te bepalen. Ik heb 10 jaar lang een enquête c.q. gezondheidsonderzoek op mijn site gehad, waarin mensen vragen met betrekking tot de gezondheid van hun Maremma konden aangeven. In die 10 jaar heb ik nog geen 30 formulieren ontvangen, met daarin geen noemenswaardige problemen. Ik heb derhalve besloten deze vragenlijst niet langer te publiceren. Mocht u vragen hebben over de gezondheid of zaken willen melden, kunt u een e-mail sturen.



Er zijn twee aandoeningen die binnen het ras met enige regelmaat voorkomen en waarop controle mogelijk c.q. gewenst is.

HD is de afkorting voor HeupDysplasie. Heupdysplasie betekent een afwijkende ontwikkeling van de heup; de kop van het dijbeen past niet goed in de kom van het heupgewricht. Heupdysplasie wordt verondersteld een erfelijk probleem te zijn,  waarbij meerdere genen een rol spelen. De mate van invloed van deze genen verschilt van 15 - 40%. Dit is echter wel de reden dat dieren waarmee gefokt wordt op heupdysplasie gecontroleerd worden. HD wordt niet uitsluitend door genetische factoren bepaald. Ook groeisnelheid, lichaamsgewicht1 de mate van beweging2 en andere omgevingsfactoren spelen een grote rol bij het uitdrukking komen van HD.
HD komt niet alleen voor bij (grote) honden, maar ook bij kleine rassen en kruisingen, zelfs bij katten en ook bij de mens is HD vastgesteld. 
Het vaststellen van HD gebeurt op dit moment door middel van het maken van een röntgenfoto door een dierenarts. De foto wordt opgestuurd naar de afdeling GGW van de Raad van Beheer. Zij beoordelen de foto: A is absoluut HD vrij, E betekent een ernstige vorm van HD.

ED
Staat voor elleboogdysplasie. Elleboogdysplasie is eigenlijk een verzamelnaam voor 4 verschillende aandoeningen van het ellebooggewricht van de hond: OCD, LPA, LPC en INC. Al deze aandoeningen zijn vaak voorkomende ontwikkelingsstoornissen van het bot. Net als bij heupdysplasie wordt ook bij elleboogdysplasie een genetische aanleg verondersteld.
  • Bij OCD (OsteoChondrosis Dissecans) is het kraakbeen van het ellebooggewricht erg kwetsbaar, waardoor gemakkelijk stukjes afbreken. Aan de onderzijde van het opperarmbeen (dus in het ellebooggewricht) kan een stukje gewrichtskraakbeen loslaten. Onder de kraakbeenflap ontstaat een ontsteking van het onderliggend bot.
  • Bij LPA (Losse Processus Anconeus) is een stukje bot van het ellebooggewricht niet goed vergroeid met het onderliggende bot. In het ellebooggewricht, boven aan de ellepijp zit een botuitsteeksel dat normaliter aan de ellepijp vast zit en totaal vergroeid is op de leeftijd van 5½ maand. Tot die tijd kan het uitsteeksel afbreken.
  • LPC (Losse Processus Coronoïdeus) is een soortgelijke aandoening als LPA. Aan de binnenzijde van de elleboog laat een stukje bot los van de ellepijp. Aanleiding hiervan kan zijn zich verspringen of uitglijden. Er is geen abnormale beweging nodig om dit stukje te laten afbreken bij jonge honden van kwetsbare rassen.
  • INC (Incongruentie van de gewrichtsvlakken). Spaakbeen en ellepijp zitten dicht bij elkaar in het ellebooggewricht en vormen de gewrichtsholte voor het opperarmbeen. Een niveauverschil tussen de gewrichtsvlakken van spaakbeen en ellepijp leidt tot een onevenredige belasting van het langste bot. Dit kan leiden tot beschadiging van gewrichtskraakbeen van dit "te" lange bot. Ook kunnen er door de INC secundair afwijkingen gaan optreden: LPA bij een (relatief) lang spaakbeen, een LPC bij een (relatief) te lange ellepijp
De meeste honden vertonen de eerste tekenen (mank lopen, pijnlijke en gezwollen elleboog) tussen de leeftijd van 5-9 maanden. De diagnose wordt gesteld door röntgenfoto's te maken.
Preventie bestaat erin aangetaste dieren uit te sluiten van de fokkerij. Men heeft vastgesteld dat pups van grote, snelgroeiende rassen minder kans hebben op het ontwikkelen van elleboogdysplasie indien ze matig gevoerd worden. De groei zal dan minder snel zijn en dit heeft blijkbaar een positieve invloed heeft op de ontwikkeling van de botten en het uitblijven van dysplasie. Het is ook erg belangrijk de hond niet te overbelasten tijdens de groei. Overbelasting leidt gemakkelijker tot gewrichtsbeschadiging. Matige beweging, liefst aan de riem, is het beste. Een veel gemaakte fout is het toedienen van voedingssupplementen, zoals calcium, aan jonge dieren. Dit heeft eerder een tegenovergesteld effect en verergert de kwaal. De beoordeling van ED gaat in 5 verschillende gradaties: Vrij of nul, BL/borderline, graad 1, 2 en 3, waarbij graad 3 uiteraard de ernstigste vorm inhoudt.


(1) Maremma's worden laat volwassen. Pas tussen hun tweede en derde jaar (en soms nog later) begint een Maremma echt uit te zwaren en een volwassen postuur aan te nemen. Toch groeien grote rassen relatief snel in vergelijking met kleinere rassen. Voor een goede ontwikkeling van de spieren, pezen en vooral de gewrichten is het belangrijk, dat een hond zo gelijkmatig en evenwichtig mogelijk groeit. Behalve een erfelijk factor speelt voeding en beweging eveneens een rol bij het krijgen van HD. Om de kans op HD in ieder geval niet te vergroten is het van belang om de heupen van een pup de eerste tijd zo min mogelijk te belasten. Springen is een grote belasting. Daarom moet een pup de eerste tijd in ieder geval geen trappen lopen en in en uit de auto springen. De pup moet gedragen worden, als het kan (gewicht) tot in ieder geval 9 maanden.
Het is natuurlijk leuk om met een hondje een lekkere lange (bos)wandeling te gaan maken. Ook dit een forse belasting voor de gewrichten van een pup. Voer de duur van de wandelingen langzaam op. Richtlijn is maximaal 5 minuten per maand; dus een pup van 4 maanden mag zo’n 20 minuten per keer wandelen, maximaal. Beter meer korte wandelingetjes, dan 1 keer een hele lange wandeling.


(2) Ook (over)gewicht is een belasting voor de gewrichten. Een hond is sneller te dik dan te mager. Een pup zal ongeveer een kilo per week aankomen. Een Maremma kan het beste de eerste 2 jaar beter wat aan de schrale kant gehouden worden. Mocht uw hond inderdaad te dik zijn (een volwassen reu mag rond de 45 - 50 kg wegen en een teef rond de 40 kg) dan is het beste dieet (veel) minder eten geven b.v. de helft of ¼ van de dagelijkse hoeveelheid en veel beweging. Een hond kan van nature heel goed tegen een tijd niet eten! (Dit is tegenstelling tot een kat.) U kunt de hoeveelheid voedsel ‘vergroten’ door er rauwe! groente aan toe te voegen. Groente uit blik bevatten vaak veel zout. Rauwe sperziebonen hebben nl. geen voedingswaarde en geven de hond toch het gevoel dat hij wat meer in de maag heeft.

Home | Contact | Copyrightdesign: Template Shaker
Copyright © 2016, Parcodaini. All rights reserved